Wie thuiswerken nog associeert met pyjama’s en videovergaderingen, kijkt er te smal naar. In maart 2026 beval het Internationaal Energieagentschap (IEA) officieel aan om telewerk in te zetten als een concrete maatregel tegen de escalerende energiecrisis. Dat is een opmerkelijke stap, want het plaatst de werkplek-discussie in een veel bredere context dan die van productiviteit of werk-privébalans.
De aanleiding is urgent: het conflict in het Midden-Oosten veroorzaakte volgens het IEA “de grootste aanvoerverstoring in de geschiedenis van de wereldwijde oliemarkt”. Het scheepvaartverkeer door de Straat van Hormuz, normaal goed voor zo’n 20 procent van de wereldwijde olieconsumptie, is vrijwel stilgevallen. Als reactie daarop publiceerde het agentschap een pakket aanbevelingen voor regeringen, bedrijven en burgers. Naast lagere snelheidslimieten op snelwegen en alternatieven voor vliegverkeer staat thuiswerken bovenaan de lijst, als manier om brandstof te besparen. VRT
De logica daarachter is eenvoudig: minder woon-werkverkeer betekent minder brandstofverbruik. En dat effect is niet gering. Amerikaans onderzoek becijferde al eerder dat telewerkers jaarlijks gemiddeld 22 uur minder in de file staan en daarmee zo’n 1.200 dollar aan brandstofkosten besparen. Schaal je dat op naar miljoenen werknemers, dan wordt de impact op energievraag en -afhankelijkheid snel zichtbaar.
Wat dit extra interessant maakt, is het tijdstip van deze aanbeveling. Want net nu het IEA thuiswerken aanprijst als energiemaatregel, gaan veel werkgevers de omgekeerde richting op. In België beslist inmiddels 16,6 procent van de werkgevers dat medewerkers minstens vier dagen per week op kantoor aanwezig moeten zijn, een duidelijke stijging ten opzichte van 11,4 procent een jaar eerder. Het aandeel bedrijven dat zelf bepaalt op welke dagen er thuisgewerkt mag worden, steeg van 8,2 naar 13,4 procent. Link2fleet De kantoorplicht keert stilaan terug, terwijl internationale experts pleiten voor meer flexibiliteit.
Die spanning is veelzeggend. Telewerk wordt door werkgevers vaak benaderd als een HR-kwestie, maar de energiedimensie dwingt ons om het ook als een maatschappelijk en ecologisch vraagstuk te bekijken. Een werknemer die twee keer per week de auto laat staan, draagt bij aan minder filedruk, minder uitstoot en minder energieafhankelijkheid. Dat zijn externe voordelen die niet op de balans van één bedrijf verschijnen, maar die wel degelijk bestaan.
Er is ook een woning-kant aan het verhaal. Wie thuis werkt, verwarmt overdag zijn eigen huis. Dat verplaatst het energieverbruik, het elimineert het niet. De netto-impact hangt af van hoe energie-efficiënt de woning is, wat het type verwarming is, en of het kantoorgebouw zijn bezetting aanpast als er minder mensen aanwezig zijn. Een leeg kantoor dat toch volledig verwarmd of gekoeld draait, maakt thuiswerken al snel een nuloperatie op energievlak.
Toch blijft de oproep van het IEA betekenisvol. Het signaleert dat telewerk niet langer alleen een werknemersvoordeel of een productiviteitsvraagstuk is. Het is een instrument in een bredere energiestrategie, naast slimme thermostaten, isolatie en elektrisch rijden.
De vraag die bedrijven en beleidsmakers zich mogen stellen: als thuiswerken bijdraagt aan energieveiligheid, wie draagt dan de verantwoordelijkheid om het mogelijk te maken? En wie betaalt de energiefactuur die van het kantoor naar de werknemer verschuift?
Dat zijn geen gemakkelijke vragen. Maar ze worden steeds moeilijker te vermijden.